Centrum voor contemporaine cultuur

Capucijnenstraat 98

6211 RT Maastricht

T: +31 (0)43 3270207

F: +31 (0)43 3270208

Openingstijden: wo-zo 12.00-17.00 uur

info@marres.org

 

 

 

Marres - Books

tineke.kambier@marres.org

centrum voor contemporaine cultuur

Capucijnenstraat 98

6211 RT Maastricht

T: +31 (0)43 3270207

F: +31 (0)43 3270208

Openingstijden: wo-za 12.00 -17.00 uur

info@marres.org

 

 

 

 

 

 

 

 

 

A  L'extérieur.

Rites de Passage

Curatoren:  Eric de Kuyper en José Teunissen

Installatie: Michiel Kluiters en André van Bergen

Marres, centrum voor contemporaine cultuur, Maastricht

11 mei - 12 juli 2008

opening 10 mei

 

Als onderdeel van het onderzoek naar 19e eeuwse posities en de sporen hiervan binnen het huidige cultuurdebat, presenteert Marres, na de dandy, de dilettant en de verzamelaar, ditmaal de flaneur. Dit project is het resultaat van een samenwerking tussen José Teunissen, modetheoretica en publiciste en Eric de Kuyper, romancier, regisseur en theoreticus. Hun visie op de flaneur heeft geleid tot een selectie filmfragmenten en teksten, die een beeld oproepen van die intrigerende figuur, die In de negentiende eeuw ontstaat in Parijs, de grootstad verkent en zich verwondert over de veranderingen en modernisering van de publieke ruimte en het stedelijke beeld. De Kuyper en Teunissen zijn vervolgens een dialoog met de kunstenaars André van Bergen en Michiel Kluiters aangegaan. Beide kunstenaars hebben vervolgens een installatie gerealiseerd, die als drager functioneert voor deze teksten en filmfragmenten, maar tegelijkertijd een autonome ingreep is binnen het historische interieur van Marres. Met deze tentoonstelling zal er tevens een essay over de flaneur verschijnen van de hand van Eric de Kuyper.

De Flaneur.

De flaneur behoort tot de meest intrigerende figuren uit de 19e eeuw. Ook de flaneur moet worden gezien als een dandy, maar waar de literaire figuur van Des Esseintes, als mogelijk de ultieme dandy (‘Tegen de keer’, Huysmans),_zich terugtrekt in een geperfectioneerd interieur, daar ziet de flaneur de publieke ruimte als het domein waarbinnen hij zichzelf gestalte kan geven. De flaneur geeft zich over aan het spektakel van de eerste etalages, de warenhuizen, de galerijen en de mode. Maar deze dandy mijmert ook over het flaneren zelf. Want wat is dat eigenlijk? Zien en gezien worden in het openbaar? Iets ondernemen en tegelijkertijd niets doen. Iets dat het dagelijkse verheft tot spektakel?  Of moeten we het zien als een halfbewuste mentale staat, die leidt tot inspiratie, nieuwe ideeën en nieuwe ervaringen.

Naast de flaneur verschijnt natuurlijk ook de flaneuse in beeld, maar haar verschijning op straat is niet  vanzelfsprekend. Een vrouw alleen in het openbaar is er in de negentiende eeuw snel één van lichte zeden. Met de opkomst van de winkels en passage verandert dat en mag ook zij zich steeds meer buitenshuis presenteren. Pas decennia later is Virginia Woolf één van de eerste vrouwen die haar ervaringen als ‘flaneuse’ in Londen beschrijft.

Wat de flaneur beweegt en ervaart staat de komende twee maanden centraal in Marres, centrum voor contemporaine cultuur. De installatie van Kluiters en van Van Bergen kent zijn eigen werkelijkheid, maar twee zintuigen zullen uitdrukkelijk worden bespeeld. Binnen zes afzonderlijke ruimtes zal uitsluitend een appèl worden gedaan op het oor, aangezien in elke ruimte teksten zijn te beluisteren van verschillende schrijvers en flaneurs uit de negentiende en twintigste eeuw, die beschrijven hoe zij Parijs, New York, Londen, Berlijn en Den Haag hebben ervaren. De Lobby, de permanente installatie op de zolder van Marres, is gereserveerd voor de blik, die zal worden gevoed door talloze filmfragmenten, die een beeld oproepen van het flaneren.

Expertmeeting: de Flaneur

Op vrijdag 13 juni wordt er in besloten kring door Nederlandse en Vlaamse Flaneurkenners nader gesproken over het onderwerp.

 

 

Sound of Music

 

20 januari tot en met 30 maart 2008

Opening: 19 januari om 17.00 uur

Curator: Hilde Teerlinck (FRAC Nord-Pas de Calais)

Met werken van Art & Language (Terry Atkinson & Michaël Baldwin), Robert Barry, Angela Bulloch, Ellen Cantor & John Cussans, Achille & Pier Giacomo Castiglioni, François Curlet  & Michel François, Jeremy Deller, Pierre Huyghe, Scott King, Vera & François Molnar, Dennis Oppenheim, Allen Ruppersberg, S.M.S. (John Cage, La Monte Young, Marian Zazeela), Cerith Wyn Evans, La Monte Young, Anton Corbijn, Mark Leckey, Rainier Lericolais, Christian Marclay, en Susan Philipsz.

 

Tune Towers (1979)

Dennis Oppenheim

Van 20 januari tot en met 30 maart 2008 presenteert Marres, Centrum voor Contemporaine Cultuur in Maastricht de tentoonstelling Sound of Music in het kader van ‘De Verzamelaar’. Deze tentoonstelling is het resultaat van een samenwerking tussen het FRAC Nord-Pas de Calais (Frankrijk) en Marres. De basis van de tentoonstelling wordt gevormd door werken uit de collectie van het FRAC, aangevuld met andere bruiklenen. Sound of Music gaat in op de invloed van nieuwe technologieën en de relatie tussen het digitale beeld en muziek.

Al eerder bood Marres verschillende reflecties op de notie van ‘De Verzamelaar’ met tentoonstellingen als Die Dinge, Négritude en La Collection Imaginaire. Waar bij Die Dinge het accent lag op het ontsluiten van collecties en het vraagstuk van collectiemobiliteit, ging Négritude nader in op een collectie als identiteit en bevroeg La Collection Imaginaire de positie van de verzamelaar. Met Sound of Music reflecteert Marres op een ander aspect van ‘De Verzamelaar’ door een museale collectie te herinterpreteren in de context van een presentatieinstelling voor beeldende kunst en vormgeving. Tevens slaat Sound of Music een brug tussen de tentoonstelling Die Dinge -waarbij de toevalsmethodiek van John Cage werd benut binnen het tentoonstellingsmodel- en de eerstvolgende tentoonstelling in het kader van De Flaneur dankzij het nu gepresenteerde werk van Mark Leckey. 

Het digitale beeld en digitale muziek zijn een niet weg te denken onderdeel van onze dagelijkse eefwereld. Kunstenaars hebben al lang voor de huidige technische mogelijkheden relaties gelegd tussen het domein van het beeld en die van het geluid.

 

Sans titre (Le carillon, d'après <Dream> de John Cage)

Pierre Huyghe (1997)

Al in de eerste decennia van de 20ste eeuw, een tijd die profetische componisten als Debussy voortbracht, benutten beeldende kunstenaars door muziek geïnspireerde elementen van compositie en structuur, tekens en codes, ritme en dynamiek, nuance en harmonie. Muziek werd vooral een referentie voor kunstenaars die de representatie zelf wilden emanciperen en een meer abstracte werkwijze beoogden. Erik Satie was weliswaar niet, zoals Man Ray zei, "de enige muzikant van zijn tijd die ogen had", toch was het diezelfde Satie die muziekgeschiedenis schreef met zijn ‘musique d’ameublement’; partituren met grafische notatie, tekst én decoraanwijzingen. In de jaren zestig werden deze ideeën verder ontwikkeld door John Cage en La Monte Young, beide verwant aan de Fluxus-beweging. Muziek kwam los van haar partituur, de beleving stond centraal in performances, happenings en installaties, waarmee de geluidskunst was geboren.

Bij deze tentoonstelling is een catalogus uitgegeven. Deze is verkrijgbaar in de Marres Bookstore.

Reinier Lericolais (2003)

Sound of Music

 

Finissage Sound of Music

in samenwerking met Intro in situ

zaterdag 29 maart 2008 om 16.30u.

Voor de finissage van de tentoonstelling Sound of Music van Marres, centrum voor contemporaine cultuur in Maastricht, verzorgt Intro in situ in de wintertuin van Marres een exclusief concert met pianist Reinier van Houdt. Hij zal een selectie uit Sonatas and Interludes van John Cage ten gehore brengen.

Reinier van Houdt

Marres toont nog tot en met 30 maart Sound of Music in het kader van ‘De Verzamelaar’. Deze tentoonstelling is het resultaat van een samenwerking tussen het FRAC Nord-Pas de Calais (Frankrijk) en Marres. De basis van de tentoonstelling wordt gevormd door werken uit de collectie van het FRAC, aangevuld met andere bruiklenen. Sound of Music gaat in op de invloed van nieuwe technologieën en de relatie tussen beeld en muziek.

John Cage loopt als een rode draad door de tentoonstelling Sound of Music heen. Cage was meer een conceptueel en beeldend denker dan een traditioneel componist en hij voelde zich verwant met kunstenaars als Rauschenberg, Cunningham, Lippold en Duchamp. Muziek was voor Cage een symmetrisch gebeuren waarbij iedere toon steeds in het middelpunt staat van de muzikale ruimte. Cage schreef Sonatas and Interludes voor ' prepared piano', een uitvinding die hij deed toen er op het podium op een gegeven moment te weinig ruimte was voor een heel slagwerkensemble. Door schroeven, bamboe en stukken rubber tussen de snaren van een piano te monteren creëerde hij als het ware een eenmansslagwerkensemble met voor iedere toets een ander geluid.

Reinier van Houdt, die de laatste jaren premières bracht van zulke uiteenlopende componisten als Robert Ashley, Kaikhosru Sorabji, Alvin Curran en Giacinto Scelsi, zal het concert kort inleiden. Het concert zal worden vooraf gegaan door een rondleiding door Sound of Music van Guus Beumer, directeur van Marres.

Het concert en de rondleiding zijn voor maximaal 50 personen toegankelijk. Reserveren kan via floor@marres.org.

 

Het laatste project in het kader van de "Ruine":

STAIR / STARE

Johannes Schwartz in samenwerking

met Experimental Jetset en

Herman Verkerk

23 september tot en met 16 december 2007

Ter gelegenheid van deze tentoonstelling is een essay gepubliceerd door Johannes Schwartz in samenwerking met Experimental Jetset en Herman Verkerk.

 

 

 

Deels ruïne, deels interieur – de tentoonstelling ‘Stair/Stare’ van Johannes Schwartz legt een verbinding tussen twee van de hoofdthema’s waaraan Marres, centrum voor contemporaine cultuur in Maastricht, de afgelopen seizoenen aandacht heeft besteed: het thema van de ruïne (dat centraal stond in recente tentoonstellingen als ‘Raw, among the ruins’ en ‘L’Art pour tous!’) en het thema van het interieur, dat een belangrijke rol zal blijven vervullen in komende tentoonstellingen bij Marres.

Het middelpunt van ‘Stair/Stare’ is een reeks foto’s, genaamd ‘Treppen’, die Schwartz – winnaar van de Cobra Kunstprijs 2007 – in 2006 in Egypte maakte; foto’s van in verval geraakte trappen, onafgemaakte trappen, treden die nergens heen leiden. Het lijkt duidelijk dat de hier getoonde beelden – een duidelijke verwijzing naar Piranesi – zowel de fysieke als de psychologische wereld verkennen, waarin het interieur zelf een belangrijke rol speelt. Bij freudiaanse droomanalyse krijgen huiselijke elementen zoals trappen, deuren en zolders een verontrustende, vaak seksuele lading. In Jungs ‘De mens en zijn symbolen’ (1964) komt het beeld van de trap een aantal keer voor, vaak als archetype voor verlichting of verkenning van het onderbewustzijn (zoals in Rembrandts ‘De mediterende filosoof’ uit 1633).

Het surrealisme was een van de eerste kunstbewegingen waarin de symbolische betekenissen die in het moderne interieur zijn ingebed, werden erkend. Louis Aragons manifest ‘Project de réforme des habitations’ uit 1920 laat dit heel duidelijk zien.

Naast de gepresenteerde foto’s heeft Schwartz een aantal bevriende kunstenaars gevraagd een bijdrage te leveren aan ‘Stair/Stare’. Experimental Jetset, een team grafische ontwerpers uit Amsterdam, heeft een minimalistische constructie gemaakt die een context vormt voor de foto’s van Schwartz en tegelijkertijd dient als een interventie die het interieur van Marres benadrukt. Daarnaast heeft Herman Verkerk (van de Amsterdamse architectuurstudio EventArchitectuur) in het trappenhuis van Marres een installatie gebouwd die gedeeltelijk uit lego bestaat.

Dit is niet de eerste keer dat Schwartz de krachten bundelt met Herman Verkerk en Experimental Jetset. Met Verkerk werkte hij samen aan zijn show ‘Boys ‘97’ bij Foam (Amsterdam) en aan ‘Principle Junk’ bij P//////AKT (Amsterdam), terwijl hij met Experimental Jetset samenwerkte aan verschillende publicaties van zijn hand. Een van deze ondernemingen was een project voor Marres. In 2005 werd ‘High Rise’ gepubliceerd, met daarin foto’s van het verlaten Nederlands paviljoen dat door MVRDV was gemaakt voor de wereld­tentoonstelling in Hannover. Schwartz probeerde in deze foto’s de relatie tussen moderniteit en ruïnes te verkennen en tegelijkertijd zijn licht te laten schijnen over de duurzaamheid van culturele productie. ‘High Rise’ bevatte een essay van de hand van Patrick Healy en verscheen als onderdeel van een doorlopende reeks publicaties die in samenwerking met Experimental Jetset tot stand kwamen. ‘High Noon’ (2003), ‘High Nature’ (2004) en ‘High Light’ (2005) waren eerdere publicaties in dezelfde reeks.

De opdracht voor het maken van ‘High Rise’ werd door Marres gegeven ter gelegenheid van ‘Now and Again’, een tentoonstelling die in oktober 2005 bij Pastoe in Utrecht werd georganiseerd. Deze publicatie is bij Marres verkrijgbaar. Aansluitend op deze tentoonstelling is een nieuw essay gepubliceerd, alweer door Patrick Healy, met de titel ‘Stairs’, deze keer echter ontworpen door Maureen Mooren als onderdeel van de reeks essays die door Marres wordt gepubliceerd.

Voor deze tentoonstelling is een gelimiteerde editie van een reeks foto’s van Johannes Schwartz te koop bij Marres.

 

Fotograaf Johannes

Schwartz wint prijs

Marres, centrum voor Contemporaine Cultuur in Maastricht, is verheugd te hebben vernomen dat Johannes Schwartz de winnaar is geworden van de Cobra Kunstprijs Amstelveen 2007.

De prijs wordt tweejaarlijks uitgereikt aan een in Nederland woonachtige beeldend kunstenaar, die innovatief werkt en het experiment zoekt. Johannes Schwartz zal de prijs op 23 november aanstaande in ontvangst nemen.

Momenteel heeft Johannes Schwartz een
tentoonstelling bij Marres onder de titel STAIR/STARE die nog tot en met 16 december te zien zal zijn.

 

L'art pour tous!

Bernard Heesen

14 juli tot 26 augustus.

samengesteld door Brigitte van der Sande

Chris Reinewald: "wars van goede smaak herintrepreteert Heesen ambachtelijke objecten"

 

Het project L'art pour tous, met als ondertitel ‘Kunstgewrochten van Bernard Heesen’ vormt onderdeel van ‘De Ruine’ en markeert binnen het programma van Marres een breuk, die de overgang van burger naar consument, van contemplatie naar roes symboliseert. Een overgang waarbij het fenomeen van de wereldtentoonstelling een centrale rol speelt.

In 1851 wordt de eerste wereldtentoonstelling 'the Great Exhibition of the Works of Industry of all Nations' in het Crystal Palace in Londen gehouden. Er zijn  objecten uit de wereld van kunst en nijverheid te zien, maar vooral bijzonder is dat er voor het eerst op grote schaal industriële producten worden gepresenteerd aan een nieuw publiek, dat bestaat uit de opkomende kapitaalkrachtige middenklasse. De nieuwe productietechnieken maken het voor steeds grotere groepen van de bevolking mogelijk 'luxe' waren aan te schaffen. Afkomst of geciviliseerd gedrag worden hierdoor minder belangrijk dan het bezit van geld en goederen. Niet alleen de decoraties in paleizen en landhuizen worden stijlvol vormgegeven, maar ook het gewoonste huisraad voor dagelijks gebruik.

The Great Exhibition markeert dus niet alleen het begin van de massaproductie, maar ook de geboorte van de moderne consument. En deze consument is nieuwsgierig: 6 miljoen bezoekers komen kijken naar ruim honderdduizend van de nieuwste technische, culturele en wetenschappelijke gewrochten. ->

Iedereen kent de gebouwen die na afloop van de Expo's overbleven, zoals de Eiffeltoren in Parijs, het Atomium in Brussel en zelfs het in 1936 afgebrande Crystal Palace. Maar de tentoongestelde producten van de eerste tentoonstellingen leven alleen maar voort in de gravures van verstofte catalogi. Ze worden aan de vergetelheid ontrukt door Bernard Heesen, die een selectie van de objecten uit de catalogi van Londen (1851) en Parijs (1867) in glas nablaast. In zijn encyclopedische waardering voor deze gewrochten staat Heesen niet meer alleen: ze worden sinds 2006 geaccepteerd op de kunst- en antiekbeurs pAn in Amsterdam.

Bernard Heesen, architect van opleiding en autodidact in glas, speelt een ironisch spel met de moderne categorieën van kunst en kitsch, ambacht en industrie, origineel en kopie, unica en serie, verzamelaar en consument, smaak van de elite en smaak van de massa. Wat eens trots gepresenteerd werd als een uitmuntend voorbeeld van massafabricage, wordt nu weer een uniek object, maar wel deel van een verzameling van eendere unieke objecten. Kunstgewrochten van Bernard Heesen, voor iedereen.

In 2003 is dit project eerder tentoongesteld in Museum Mesdag in Den Haag. Speciaal voor Marres wordt dit inmiddels historische werk opnieuw, maar in een andere gedaante gereconstrueerd.

Brigitte van der Sande

Opening l'art pour tous

 

LOBBY

feestelijke opening zaterdag

11 November 2006 om 19.00 uur.

Permanente installatie LOBBY door Andre van Bergen en Michiel Kluiters ...met maaltijd van Maher Al Sabbagh (de man achter restaurant ‘De Unie’ in Rotterdam) en Wendela van der Hoeven en Christoph Seyferth (de mensen achter het meest spraakmakende huis van Maastricht)

Een van de voorbereidingen: het dichtnaaien van de gevulde zwaardvis voordat hij gegrild wordt. Maher Al Sabbagh bestelde 'm bij de vishandelaar uit Achitrezza, het dorpje in Sicilie waar hij heeft leren koken...

Maher en Christoph in actie!

Marres is veel verschuldigd aan de sfeer van de verschillende huizen, waarin wij zijn gevestigd. Zonder de specifieke indeling, de historische elementen en die bizarre overgangen tussen de drie huizen, hadden wij nimmer het huidige programma rondom de posities van de dandy, de verzamelaar en de dilettant kunnen ontwikkelen. De eigenaardigheden van dit huis hebben de vraag opgeroepen of wij in de ontwikkeling van tentoonstellingsmodellen en de wijze waarop wij ons tot onze bezoekers willen verhouden, het idee van een huis en alle verschillende mogelijkheden, die daaraan zijn verbonden, niet centraal zouden moeten plaatsen. En dat leidde weer tot de vraag of het niet interessant zou zijn om een kunstenaar direct te confronteren met onze ambitie om keer op keer een nieuwe verwachting, een nieuwe eis aan dit huis te verbinden. Deze vraag is vervolgens voorgelegd aan de kunstenaars André van Bergen en Michiel Kluiters, waarbij de bovenverdieping door ons wordt gezien als de plek waar zowel gewerkt, gepresenteerd, gegeten als geslapen kan worden en Marres het ideaal van gastheerschap gestalte kan geven. Een verdieping die al eerder als voorraadzolder, kinderkamer, leslokaal, presentatieruimte en ‘artist-in-residence’ dienst heeft gedaan. Op zaterdag 11 November werd het eindresultaat met als titel ‘Lobby’ geopend. Deze permanente installatie van Kluiters en Van Bergen lijkt alleen de spot te drijven met onze verlangens en zich handig te onttrekken aan ieder idee van een definitieve functie. Lobby biedt allereerst een ruimtelijke en fysieke ervaring en de installatie wijst vooral terug naar dit huis zelf en die eindeloze potentie. Desondanks, en daar schuilt voor ons de verrassing, beantwoordt Lobby tegelijkertijd aan de wens, niet slechts een bezoeker of een maker, maar vooral ook gast van Marres te kunnen zijn.

 

Die Dinge, After Cage

24 juni t/m 24 september 2006

"De zalen gedragen zich alsof tijd en ruimte relatief zijn" NRC, Machteld Leij 05-07 '06

Die Dinge vond plaats in het kader van het EU regionale project AfterCage, 24 Verzamelingen in Beweging – een initiatief om culturele uitwisseling en netwerkvorming in de Euregio te versterken – dat wordt gedragen door het NAK (Aken), Z33 (Hasselt), Espace Nord 251 (Luik) en Marres (Maastricht).

Z33, Hasselt (B)

Met de titel van het project AfterCage wordt direct verwezen naar het project Rolywholyover A Circus (1993) van John Cage, die op uitnodiging van Museum of Contemporary Art in Los Angeles, het klassieke model van tentoonstellen radicaal omvormde. Overeenkomstig aan een muziekcompositie, introduceerde Cage de factor tijd en daarmee ontwikkeling en verandering als een nieuw element binnen de tentoonstellingspraktijk. Voor deze tentoonstelling werden alle musea in een straal van 35 kilometer gevraagd om 10 kunstwerken beschikbaar te stellen voor bruikleen. Het toeval bepaalde vervolgens de steeds veranderende selectie uit deze groep werken en de tijdelijke plaatsing ervan in de tentoonstelling. Met Rolywholyover A Circus trachtte Cage een tentoonstelling niet langer te zien als statisch, maar deed hij een pleidooi voor een meer dynamische werkwijze, waarbij het resultaat slechts tijdelijk is, niet meer dan het startpunt voor weer een nieuwe combinatie van werken. Het kunstwerk zelf werd door deze at random techniek van Cage ontdaan van herkomst, context en betekenis. Alle artefacten werden min of meer teruggebracht tot dingen; een provocatieve stellingname waarmee Cage tegen de gevestigde museumpraktijk – en haar wetenschappelijke ambities – inging. Die Dinge was een tentoonstelling van 120 objecten, die deel uitmaken van 24 verschillende collecties in de EU-regio. Volgens een soortgelijk at random principe als van Cage zijn deze objecten aan Marres toebedeeld. Deze gelegenheidscollectie – met ondermeer een video van Gilbert & George, een marmeren borstbeeld van Lodewijk XIV en een schoffel – werd streng bewaakt in een tijdelijk depot dat onderdeel vormde van de tentoonstelling. Hier werden de objecten uit geselecteerd, die vervolgens in de installatie op de begane grond rouleerden. De selectie van de objecten werd bepaald door verschillende factoren. Zo veranderde de tentoonstelling doordat bijvoorbeeld een toevallig lid uit het publiek een werk mocht toevoegen aan de presentatie. Dit idee toont overeenkomsten met Continuous Project Altered Daily (1969) van Robert Morris, een solopresentatie van zijn werk die – analoog aan de ambities van Marres – alsmaar wisselde waardoor andere verbanden en connecties gelegd konden worden.

Het 'archief' van Die Dinge

De suppoost, die de bezoeker kon uitnodigen om eenbezoek te brengen aan het 'archief', had een eigen uniform. De outfit is op uitnodiging van Marres speciaal ontworpen door Maartje Versluijs. Haar ontwerp is gebaseerd op de stofjas en is gemaakt volgens het principe: one-size-fits-all. Deze grijze stofjas bestaat uit vier panden waarop taillehoogte een aantal banen knoopjes zijn gezet. Hiermee kon de suppoost de jas op maat aansnoeren, benodigde zakjes aanbrengen en de handschoenen vastzetten.

 

La Collection Imaginaire

12 maart t/m 5 juni 2006


Gelijktijdig met presentaties rond de positie van de dandy, richtte Marres/Centrum voor Contemporaine Cultuur vanaf 12 maart de aandacht op die van de verzamelaar. Beide posities vormen onderdeel van het programma in 2006, waarin de focus lag op de 19de eeuw. Centraal in de verzameling stond niet meer zozeer het kunstwerk, maar de verzamelaar zelf, die met zijn interpretatieve en verhalende vermogen de afzonderlijke kunstwerken verbindt tot een zich steeds verder ontwikkelend, coherent verhaal. Gastcurator van deze presentaties was Renée Steenbergen, wier promotieonderzoek Iets wat zoveel kost, is alles waard (2002), nieuw licht heeft geworpen op de positie van de verzamelaar van moderne kunst in Nederland.


EventArchitectuur

 

Guillaume Bijl 'Four American Artists'

De particuliere verzamelaar Vincent Vlasblom heeft voor 'La Collection Imaginaire' de installatie Four American Artists van de Belgische appropriation-kunstenaar Guillaume Bijl genereus ter beschikking gesteld. Four American Artists bestaat uit een complete, kant-en-klare tentoonstelling met werk van vier fictieve kunstenaars, te weten: Janet Fleisch, William Hall, Sam Roberts en Rick Tavares.

EventArchitectuur

Aan EventArchitectuur uit Amsterdam is gevraagd een installatie te ontwerpen, die een ruimtelijke interpretatie biedt van een imaginaire collectie. Het uiteindelijke ontwerp werd, naast een ruimtelijke verbeelding, ook een geïdealiseerde visie op de ‘witte doos’ als de ultieme presentatieruimte. De installatie ging vergezeld van een gratis catalogusje met fictieve kunstwerken, samengesteld door Renée Steenbergen, onder meer op basis van de Encyclopedie van fictieve kunstenaars.

Emma Kay


Emma Kay reconstrueert haar door de loop van haar leven verzamelde kennis from memory. Op deze wijze probeert zij grip te krijgen op de wereld, de geschiedenis en de kunstgeschiedenis, en creëert zo tegelijkertijd een vorm van zelfportretten.

 

A L'INTERIEUR

4 februari t/m 5 juni 2006

Marres opende haar deuren voor de eerste reeks tentoonstellingen, waarbij, onder de titel ‘A l'intérieur’ de positie van de dandy en het 19e-eeuwse verlangen naar schoonheid als een nieuwe metafysica centraal zal staan. San Ming, die zichzelf betitelt als ‘stylemeister’ en wiens perspectief op zijn persoonlijke leven en werkwijze overeenkomsten heeft met die van de dandy (bijvoorbeeld Duc Jean Floressas des Esseintes uit het boek 'Tegen de Keer' van J.K. Huysmans), heeft de begane grond van Marres tijdelijk bewoond en getransformeerd tot zijn privé omgeving.

 

Paul Etienne Lincoln

The Equestrian Opulator

De opening

A l'Interieur vormde ook aanleiding voor een additioneel programma. Claudia Banz (curator van ondermeer Africa Remix en ex-projectleider van After Cage) werd benaderd als curator voor de eerste solopresentatie en haar keuze viel op de Engelse kunstenaar Paul Etienne Lincoln, wiens werk een 19e eeuwse sensibiliteit bezit en referenties kent naar de dandy. In de tentoonstellingsruimte op de eerste etage presenteerde hij ondermeer de Equestrian Opulator, de ultieme gadget voor de ware dandy.

Epernay Epicurean in de bovenzaal van Marres

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

The Arabian Dream

NAI maastricht en marres presenteren:

The Arabian dream, door Maher Al Sabbagh.

zondag 13 april, 15:00 uur

Bogenzaal, NAI maastricht

Maher Al Sabbagh besloot The Arabian Dream te maken omdat hij niet langer mondeling wile reageren op de negatieve berichten over de Arbische wereld. Hij maakte een documentaire over de oorsprong van de rancune in de Arabische Wereld jegens het Westen. Al Sabbagh laat gevoelige kwesties als het vootdurende kolonialisme, het Israëlvraagstuk en de wortels van het radicalisme niet onbesproken.

 

The Great

Indoors Award

The great indoors award

The Great Indoors Award 2007 – a new, biennial, international interior design award – invites designers, architects and clients to submit a project or projects in the following categories: Show & Sell (Retail), Relax & Consume (Leisure), Concentrate & Collaborate (Work), Serve & Facilitate (Public) and Interior Design Firm of the Year (open to architects and designers).

The Great Indoors will be held for the first time from 16 to 18 November 2007 in Maastricht, the Netherlands.

The Great Indoors is an initiative of Marres, NAi Maastricht and Frame.

More information: www.the-great-indoors.com

Maastricht, 17 november 2007 

Presentatie The Great Indoors Awards 2007:

Japan en het Verenigd Koninkrijk zwaaien de scepter, retail voert de toon.

Stadhuis Maastricht: ontvangst en diner.

Op zaterdagavond 17 november zijn vijf prijzen van The Great Indoors 2007 uitgereikt in het NAi Maastricht. De jury stemde anoniem voor de vijf  geselecteerde inzendingen. Wonderwall werd onderscheiden met de prijs Interior Design Firm of the Year, Zaha Hadid, Heatherwick Studios, Ryui Nakamura Architects en Item Idem ontvingen de overige vier prijzen van The Great Indoors Awards 2007. De jury baseerde haar keuze op een voorafgaande selectie van 23 genomineerden uit ruim 275 inzendingen.

Samenhang van interieur en exterieur

Het bezoekers- en wijnproefcentrum R. Lopez de Heredia in Spanje, ontworpen door architect Zaha Hadid (Verenigd Koninkrijk) en het East Beach Café in Engeland, geproduceerd door veelzijdig ontwerper Thomas Heatherwick (Verenigd Koninkrijk) werden geprezen voor het vormen van een coherent geheel van interieur en exterieur. De jury was het erover eens dat de iconische exterieurs van beide ontwerpen hebben geleid tot de interieurs die voortreffelijk aansluiten bij hun omhulsel maar ook op zichzelf markant zijn. Door het selecteren van deze twee ontwerpen onderstreept de jury het belang dat zij hecht aan projecten waarbij het interieur en exterieur worden gezien als gelijkwaardige delen van een opdracht, bij voorkeur gerealiseerd door een enkele ontwerper of ontwerpstudio.

Conferentie

Overstijgen van beperkingen

Bij de twee andere winnende projecten van The Great Indoors Award droeg juist het niet erkennen van de onmiddellijke omgeving bij aan de kwaliteit van de ontwerpen. De Bernhard Willhelm flagship store in Shibuya, Tokio, toont een overdadig interieur, ontworpen door het ontwerpers collectief Item Idem (Japan), en is gelegen in een warenhuis. Geïnspireerd op Bernhard Willhelm’s mode merk, gaat Item Idem in de aanval tegen de conventies van high-fashion verkooppunten. Jin’s Global Standard, een oogproduct zaak in Nagareyama (Tokio) ontworpen door de architect Ryuji Nakamura (Japan) lijkt in eerste instantie door zijn ligging in een winkelcentrum, waar zelden innovatieve verkoop concepten zijn terug te vinden, een onwaarschijnlijk ontwerp om een prijs te winnen. Nakamura overstijgt echter deze beperking en negeert de onbuigzame regels van het winkelcentrum door een conceptueel sterk en tegelijkertijd extreem klantvriendelijk interieur te ontwerpen.

Workshops

Retail voert de toon

Retail voert de toon bij The Great Indoors Award 2007. Ook de prijs voor Interior Design Firm of the Year gaat naar een ontwerpbureau waarvan de naam synoniem is aan retail projecten. Het handelsmerk van Wonderwall (Japan), opgericht door designer Masamichi Katayama, werd geprezen voor zijn soms hilarische mix van gepolijste decadentie en bizarre humor. De luxe, een must voor hardcore retail, straalt af van de overdaad aan details en de mate van perfectie die deze firma in haar projecten legt.

Prijswinnaars The Great Indoors 2007

Jury The Great Indoors Award 2007

De jury van The Great Indoors Award 2007 bestond uit Rolf Fehlbaum (CEO Vitra), Renny Ramakers (Oprichter en directeur Droog Design), Andrej Kupetz (Algemeen directeur German Design Council en directeur Zollverein School), Claus Sendlinger (CEO en President van Design Hotels AG) en Wiel Arets (Architect en oprichter van Wiel Arets Architects).

 

RAW Among The Ruins

11 maart tot 24 juni 2007

Samengesteld door Lisette Smits en Alexis Vaillant

John Kleckner

Kunstenaars: Farîd-Ud-Dîn’Attar, Robert Breer, Marc Camille Chaimowicz, Dee Ferris, Jason Fox, Vidya Gastaldon, Richard Hawkins, Uwe Henneken, Karl Holmqvist, Jonathan Horowitz,
Dorota Jurczak, John Kleckner, Petra Mrzyk & Jean-François Moriceau, Alessandro Pessoli, Nathalie Rebholz, Nick Relph & Oliver Payne, Re-Magazine, Markus Schinwald, V/Vm, Camille Vivier, T.J. Wilcox, en verschillende historische beschadigde kunstwerken die nog ontdekt moeten worden.


Een ruïne wordt wel omschreven als het resultaat van het binnendringen van de natuur in een bouwwerk,
zonder dat de oorspronkelijke eenheid verloren gaat. De tijd, de dominante oorzaak achter het ontstaan
van een ruïne, maakt deze vreemd genoeg tegelijkertijd weer tot een eenheid. In een ruïne zijn het uit mensenhanden gevormde bouwwerk en de natuur één en onscheidbaar; een gebouw dat is losgemaakt van zijn natuurlijke omgeving is geen ruïne omdat de relatie tussen tijd, ruimte en plaats verloren is geraakt. De betekenis van een ruïne wijkt met andere woorden af van iets dat uitsluitend door mensen is gemaakt. Hij lijkt op geen enkel ander kunstwerk en het tijdsbegrip verschilt van iedere andere soort tijd. Een ruïne is per definitie ‘voorbij’. Bovendien bevindt een ruïne zich niet vóór ons. Verval voltrekt zich naast, om niet te zeggen mét ons. En vandaar de parafrase: ‘In den beginne was er de ruïne’. De huidige tijd heeft de manier waarop ruïnes en monumenten worden benaderd zodanig veranderd dat er zoiets als ”eigentijdse ruïnes” zijn ontstaan, die dichter bij het heden dan bij het verleden staan. “Eigentijdse ruïnes” vloeien voort uit zowel de versnelling van de tijd als de groeiende fascinatie voor verval. Bovendien wordt het idee van een ruïne
op de proef gesteld door het huidige verlangen naar duurzaamheid in tegenstelling tot eeuwigheid. Ruïnes zijn alleen geen illustraties noch morele demonstraties van dit verlangen maar zijn eerder in staat de logica van de tijd keer op keer om te draaien: van sciencefiction tot archeologie en van peplos tot i-Pod. Bovendien laat de ruïne het idee van een thema als een ordeningsprincipe voor bijvoorbeeld deze tentoonstelling per definitie varen, omdat de ruïne ieder thema in zich opneemt en opgebruikt. Zodra je om je heen gaat kijken, zie je overal ruïnes. Heb jij je ooit een oude zak gevoeld staande voor een kunstwerk? Deze tentoonstelling biedt een groep hoopvolle ruïnes, uitgestald in een klassiek negentiende-eeuws aristocratisch
Nederlands huis. Je zult hier geconfronteerd worden met een ouwe nicht, met een stoere koffer, met een marmeren hand die door een fantastische als door waterverf gebleekte wereld heen trippelt, met een buit van beschadigde kunstwerken, een berg aan wit gespoten oordoppen, met het masker van Jason zonder gezicht, met een mandala van zwart plexiglas, een geanimeerd zilveren overlevingsdeken en een opgehangen vogel, met zoiets als het ‘Celebration-
kerk-bordeel’ en meer. Eenmaal in de Corridor of Who Knows When zie je sommige werken aankomen, terwijl andere net weggaan.

Dorota Jurczak

Als je nostalgie verwacht, wees er dan van verzekerd dat nostalgische beelden alleen maar een overgeërfde set culturele verwachtingen herhalen. Deze hoopvolle ruïnes zouden die belofte wel eens niet kunnen vervullen. Voor ons verwijst een ruïne allereerst naar het uiteenvallen van kunstwerken, die zijn verdwaald in hun fotografische beeld, begraven, gefixeerd in een moment. Hoopvolle ruïnes daarentegen bieden weerstand aan hun beeltenis
doordat ze gefragmenteerd zijn en, net als ruw materiaal, steeds opnieuw beschikbaar. Ze attenderen op de breekbaarheid van beelden die niet meer dan dunne illusies zijn, gedoemd om onze verwachtingen teleur te stellen en om uiteindelijk te vergaan.

opening 10 maart 2007

Alexis Vaillant, Karl Holmqvist en Marc Camille Chaimowicz

 

Afterparty met poëzielezing door Karl Holmqvist

 

Nieuwjaarsreceptie

14 januari 2007

De directies van de Academie Beeldende Kunsten Maastricht, Bonnefantenmuseum, Jan van Eyck

Academie, NAi Maastricht en Marres organiseerden een nieuwjaarsreceptie die allereerst een sociaal karakter had, maar tevens stond, met behulp van verschillende speeddating sessies, de culturele infrastructuur van maastricht centraal.

 

NEGRITUDE

Een collectie van Oumou Sy (Prins Claus Fonds Laureaat 1998)

16 december 2006 t/m 17 februari 2007

Er waren meerdere redenen om een tentoonstelling te organiseren rond het werk van Oumou Sy. Naast het feit dat haar werk al sinds jaren internationaal wordt herkend als het resultaat van een groot en uniek talent, behoort zij tot die zeldzame groep ontwerpers, die niet alleen een uitspraak doet over mode en het kledingstuk zelf, maar tevens over de context waarbinnen ze opereert en de consequenties die dat heeft voor haar artistieke positie. Vorig jaar – 2006 – wass het jubileumjaar van Senghor, de eerste president van Senegal en voor Oumou Sy aanleiding om het gedachtegoed van deze verlichte leider opnieuw onder de aandacht te brengen. Het was immers Senghor, die het idee van ‘négritude’, het begrip dat zo’n belangrijke rol kent binnen het postmoderne kunstdiscours over een zwarte esthetiek en een zwart bewustzijn in Afrika, heeft geïntroduceerd. En het was Oumou Sy, die dit verlangen naar een als zwart te definiëren schoonheid en identiteit benutte voor ondermeer een collectie avondjurken, om vervolgens tijdens de presentatie in Dakar, vrienden en collega’s van Senghor de kans te geven om herinneringen op te halen aan Senghor en hun gedeelde ambities. 2006 was tevens het tienjarig jubileumjaar van het Prins Claus Fonds en dit bood Marres de unieke mogelijkheid om Oumou Sy in Nederland te presenteren en om in aansluiting op haar collectie ‘Négritude’, twee van de meest belangrijke denkers rond dit onderwerp – Salah Hassan (Cornell University) en Manthia Diawara (NYU) – uit te nodigen voor een lezing. Bovendien vonden wij Simon Njami, naast schrijver en kunstcriticus ondermeer hoofdconservator van het Centre Pompidou in Parijs voor de tentoonstelling ‘Africa Remix’ bereid om de tentoonstelling te openen. De tentoonstelling van Oumou Sy is onderdeel van het project ‘De Verzamelaar’ en is gemaakt in samenwerking met het Prins Claus Fonds.

Simon Njami & Oumou Sy Salah Hassan tijdens zijn lezing

de collectie van Oumou Sy

 

DILETTANTE


From Lenin to Putin,
and back again

Vlad Mamyshev-Monroe, Georgy Litichevsky, Georgy Ostretsov, The Blue Noses Group (Viacheslav Misin &
Alexander Shaburov), Svetlana Kunitsina (curator)

9 december 2006 t/m 17 februari 2007

installatie Georgy Ostretsov

De derde en laatste positie die Marres, na de dandy en de verzamelaar, in 2006 aan de orde stelde, is die van de dilettant. Deze interesse voor de dilettant kent verschillende invalshoeken. De meest belangrijke is wel het idee van verzet dat aan het beeld van de dilettant kleeft. En in een periode waar binnen de kunst weer wordt gezocht naar een kritische positie vanuit een maatschappelijk engagement, lijkt juist in dat idee een prachtige belofte verscholen te liggen. Maar het verzet van de dilettant is van een geheel eigen kwaliteit; een mogelijke reden voor het huidige gebrek aan aandacht voor deze bij uitstek artistieke positie. Het keert zich immers tegen iedere externe norm. De dilettant verzet zich ook tegen politiek correct gedrag en ook tegen een professionele norm en zeer zeker tegen de markt. Voor de dilettant is de intentie immers een veel belangrijker uitgangspunt, dan de wijze waarop deze uiteindelijk wordt gematerialiseerd en definitief gestalte krijgt in een eindproduct.

Georgy Litichevsky

Voor gastcurator Svetlana Kunitsina is Rusland het land van de dilettanten. En als leidmotief voor de tentoonstelling nam zij een citaat van Boris Groys;

‘Russian art becomes art only abroad and only by being exported’. Meer distantie ten opzichte van het waardesysteem achter de kunst lijkt onmogelijk. Tegelijkertijd is zij ook de auteur van de titel, ‘Dilettante, From Lenin to Putin and back again’ die in nietsverhullende termen het perspectief van de tentoonstelling openbaart. Het verzet van de dilettant is voor Kunitsina een ultieme krachtsinspanning van het individu ten opzichte van een despotisch systeem of dat nu wordt gevoed door een communistische ideologie of door de liberale wetten van het kapitalisme. En de zwaarte van haar inzet is niet zonder reden. In dit verband heeft de dilettant geen academische, geen literaire betekenis, maar is de politieke werkelijkheid, de politieke actualiteit in Rusland zo dominant dat de positie van de dilettant mogelijk in nuance verzwakt, maar in belang – als vorm van kritiek – oneindig is versterkt.

Slecht nieuws:

Marat Guelman, galeriehouder overvallen en mishandeld in Moskou. De tentoonstelling ‘De Dilettant’ in Marres zal -op de geplande wijze-mogelijk geen doorgang vinden. Op 10 november a.s. zou de tentoonstelling ‘De Dilettant’ openen in Marres, Centrum voor Contemporaine Cultuur, in Maastricht. In het kader hiervan heeft Svetlana Kunitsina, gastcurator voor deze tentoonstelling, ondermeer ‘The Blue Noses’, Vladislav Mamyshev-Monroe en Georgy Litichevsky uitgenodigd. Afgelopen vrijdag werden verschillende werken van The Blue Noses waarin Bush, Putin en Osama Bin Laden staan afgebeeld, geconfisceerd door de autoriteiten in de galerie van Marat Guelman.

Volgens Guelman vanwege het kritische karakter van deze afbeeldingen, volgens de autoriteiten vanwege onjuiste exportpapieren. Gisteren werd de galerie overvallen door een nationalistische bende en Guelman en zijn medewerkers mishandeld, computers vernietigd en het werk van de Georgische kunstenaars Alexander Dzhikia van de muren gerukt. Volgens Svetlana Kunitsina is dit geen incident; eerder eigen aan de huidige ontwikkelingen in Rusland. Guelman, die mede dankzij zijn Joodse achternaam en zijn anti-fascistische campagnes, in rechts radicale kringen als een vijand van Rusland wordt gezien, stelt in de media: 'They chose modern art and me as their enemy.' )

 

 

 

 

 

 


 

 

 

marres books

 

THE VERY BEST & VERY NEXT IN ART BOOKS!

"... Veenman Publisher books can be found at a number

of cultural institutions and locations such as: [...] our

specialised shop at MARRES in Maastricht and at many

art galleries worldwide."

 

 

In kader van de tentoonstelling;

A L'extérieur. Rites de passage.

"Het teruggevonden kind"

Eric de Kuyper

 

"Das Prinzip"

 Johannes Schwartz

 in marres books

 

"RAW" Among The Ruins

 

 

 

Het interieur naar ontwerp van EventArchitectuur/Herman Verkerk.

Uitgevoerd door Ronald Huygen,

Willem Janssen en Guus van den Akker.

Bookshop

Opening bookshop 15 oktober 2005

Openingswoord Guus Beumer

Optreden van John's Funky Shit...

... tijdens het diner.

 

De tuin van Marres

Te bezichtigen tijdens openingstijden.

Onze tuin kende tot twintig jaar geleden een formele

aanleg met zwiepende barokke parterres.

Het tuinhuis aan de achterzijde is nog een restant uit die

periode, evenals het stenen bankje, dat nog een restant

is van de barokke traptreden naar het tuinhuisje.Helaas is de tuin zelf volledig verdwenen, omdat die vervuilde

grond bleek te bevatten en vervolgens is afgegraven.

Een half jaar geleden zijn wij – met hulp van Hans Engelbrechts,

een ecologisch hovenier, ondermeer bekend van het tuinprogramma Wroeten van Arjan Ederveen –  begonnen om de zwaar verwaarloosde tuin, volledig begroeid met opslag van de esdoorn, langzaam om te vormen tot een natuurtuin. Hans Engelbrecht heeft een simpel plan voor ons gemaakt, waarbij de buxushaagjes verwijzen naar die vroegere tuin en de strakke beukenhagen associaties oproepen met de meer modernistische experimenten uit de geschiedenis van  dezkunstinstelling. De ene parterre is beplant met venkel en vlinderstruiken en in de andere staan zogeheten vergeten groenten als kardoen en eeuwige moes. De regens van de afgelopen tijden, opgevolgd door de hoge temperaturen, hebben de leemgrond in onze tuin dichtgeslagen en verhard. Of de dahlia’s (ondermeer Bishop of Landaff met zijn chocoladekleurige bladeren) en het zaaigoed (Zwitserse Reus, een slaboon, ed..) naar behoren zullen opgroeien, valt dus nog te bezien.

De oude parkeerplaats is voor een deel omgeploegd en het puin uit de tuin is verwerkt in een aantal strips die het oog vanuit onze ingang leiden naar de trap. Tussen dit puin staan vele Kardebollen en is ondermeer tijm en rozemarijn geplant, naast verschillende botanische tulpen. Stuk voor stuk planten en kruiden die door vlinders en andere insecten met graagte worden bezocht. Tot onze verrassing is de schrale grond kennelijk interessant voor het hartvormige zonnebloempje en de grote ratelaar, een half parasiet die het gras doet verdwijnen. En tussen het gras is dankzij het maaibeleid inmiddels heggewikke en koninginnekruid gaan staan. Al deze zeldzame planten maken de tuin van Marres langzamerhand tot een kleine, natuurlijke oase, waarvan wij hopen dat die de komende jaren steeds mooier zal worden en door steeds meer bezoekers en bewoners uit de wijk zal worden gebruikt. Veel plezier!

 

 

> Die Dinge middagprogramma

> essay Louise Schouwenberg

> Melvin Moti 'No Show' excursie

> essay Renée Steenbergen

> essay Koen Brams

> essay André Cremer

> essay Nils van Beek

> essay Olga Vainshtein

  

Die Dinge, After Cage
Parallel programma: zaterdag 23 september 2006

Black Mountain Lodge van Martin Butler (choreografie) en Maximilian Erhardt (harp)

Black Mountain Lodge in het tuinhuisje...

Het publiek tijdens Black Mountain Lodge

Ter markering van de afsluiting van de tentoonstelling Die Dinge, After Cage, onderdeel van het EU-regionaal project AfterCage, 24 Verzamelingen in Beweging, organiseerde Marres op zaterdag 23 september een speciaal middagprogramma. Martin Butler, Annelies Hermsen, Johannes Schwartz en Neeltje ten Westenend werden gevraagd om, vanuit hun werk als respectievelijk choreograaf, voedselontwerper, fotograaf en ontwerper te reageren op het werk en de werkwijze van John Cage, die gedefinieerd worden door het toeval, onderlinge relaties, verandering en de factor tijd. Guus Beumer gaf een rondleiding met speciale aandacht voor de ingreep van Neeltje van Westenend i.s.m. Sara van Westenend en nieuw fotowerk van Johannes Schwartz, waarna Annelies Hermsen i.s.m. Toine Hermsen 'Coups, een frisse verleiding' presenteerde. Daarna vond Black Mountain Lodge, a Fictitious Re-enactment of a Chance (meeting between Merce Cuningham and John Cage) plaats: choreografie van Martin Butler i.s.m. Maximilian Erhardt (harp). Ook werd het essay 'De Dingen' van Louise Schouwenberg gepresenteerd, hier te downloaden als pdf:

Essay DE DINGEN door Louise Schouwenberg

La Collection Imaginaire

Essay LA COLLECTION IMAGINAIRE door Renee Steenbergen

over de imaginaire verzamelaar en zijn ideale collectie: wat drijft hem, waar droomt hij van en hoe ziet zijn ideale collectie eruit.

Essay ENCYCLOPEDIE VAN FICTIEVE KUNSTENAARS door Koen Brams

beschrijft de achtergronden van de
samenstelling van deze encyclopedie over fictieve kunstenaars die in 2000 bij Nijgh & Van Ditmar is uitgegeven.

 

A L'INTERIEUR

Essay MY HOME IS MY CASTLE door Andre Cremer

Essay A L'INTERIEUR door Nils van Beek

Essay IN SEARCH OF THE MODERN DANDY: MAKEOVER GAMES door Olga Vainshtein (auteur van 'The Russian Dandy')

 

 

Foto's op deze website zijn gemaakt door Johannes Schwartz, Moniek Wegdam, Guus van den Akker, Ronald Huygen, Willem Janssen, Tineke Kambier, Christoph Seyferth, Wendela Hubrecht en Simone van Dijken.