De kracht van verbinden

Het woord toeschouwen laat zien hoe de toeschouwer traditioneel een passieve observator is. Veel theater- en dansmakers probeerden hun publiek al uit hun passieve houding te trekken (Antonin Artaud, Bertolt Brecht, Jerzy Grotowski, Peter Brook) en veel generaties gingen en gaan tot de dag van vandaag verder met dit vraagstuk (Boukje Schweigman, Dries Verhoeven, Amos Ben-Tal, Marina Mascarell). In de beeldende kunst voert de museale ruimte waarin het ‘afstandelijke’ kijken wordt gestimuleerd, en veelal als enige norm wordt beschouwd, nog de boventoon. Van Veluw probeert het standaard museale kijken in zijn installatie te doorbreken. Hij wil zijn publiek letterlijk in de wereld van zijn creatie leiden en hen zijn werk eerder laten ervaren dan beschouwen. Juist omdat dans al een uitgebreide geschiedenis kent in het uitnodigen van een publiek om zich zintuigelijk te verbinden met een werk, is deze discipline voor van Veluw een interessante partner in crime. Choreografen nemen het lichaam als uitgangpunt en hun dansers zijn getraind hun lichamelijke sensaties waar te nemen en vorm te geven. Van Veluw en Marres zijn binnen de beeldende kunst voortrekkers in het aangaan van onorthodoxe nieuwe verbindingen met het publiek. Ook voor NDD is dit een belangrijke waarde. Marres en NDD gaan daarom graag tijdens Festival de Nederlandse Dansdagen 2015 een samenwerking aan. Als onderdeel van deze samenwerking worden dansers en choreografen uitgenodigd om de lichamelijke ervaring van de ruimte te verkennen.

Op zaterdagavond organiseert Festival de Nederlandse Dansdagen in het Theater aan het Vrijthof een voorstelling van Ode To The Attempt, een solo van de jonge Vlaamse danser en choreograaf Jan Martens. Martens wordt geprezen voor zijn kenmerkende choreografische stijl en is dit jaar winnaar van de Charlotte Köhlerprijs 2015.

Ode to the Attempt, Phile Deprez, 2015