T
U
B
E
L
I
G
H
T
 
T
U
B
E
L
I
G
H
T

Carolin Eidner, UNTITLED (PARTY DELAY 2), (2013-14) Courtesy: de kunstenaar en Natalia Hug Gallery

Arnold Wittenberg, ARKI (2014) Foto: Gert Jan van Rooij

Tom Hallet, SOME PLACE #1 (2014) Foto: Gert Jan van Rooij

Laura van Biervliet, STILL LIFE #4, STILL LIFE #2 (2014) Foto: Gert Jan van Rooij

Polien Boons, ZONDER TITEL (2014) Foto: Gert Jan van Rooij

Jerome Daly, UNTITLED (POSTMODERN TIMES) (2014) Foto: Gert Jan van Rooij.

Een speurtocht naar kunst

Marres Currents #2: Rumour Has It

Arnold Wittenberg, Carolin Eidner, Evelien Mattheij, Jerome Daly, Laura van Biervliet, Polien Boons, Tom Hallet

t/m 13 februari

Marres
Capucijnenstraat 98, Maastricht

De werken van negentien jonge kunstenaars zijn verspreid over vele verschillende kleine en grotere ruimtes, karakteristiek voor het historische pand dat Marres huist. Het samenspel tussen en de specifieke plaatsing van de werken in de tweede editie van Marres Currents Rumour Has It, maakt de expositie tot een dynamisch geheel. Er is gebruik gemaakt van de eigenschappen van huis Marres, zoals de werken in de voor en achterkamers, de gangen, de imposante trap, en zelfs een tuinhuisje. Als bezoeker kom je binnen in een tentoonstelling waar je niet aan de hand wordt meegenomen, maar moet zoeken. Rumour Has It is samengesteld door de twee jonge curatoren Hélène Webers en Mels Evers. Hiermee biedt Marres gevestigd in Maastricht met haar Currents programma een platform aan startende curatoren en kunstenaars in de regio uit Nederland, België en Duitsland.

Het werk van Carolin Eidner springt gelijk in het oog wanneer je de eerste tentoonstellingsruimte binnenloopt. In de lichte voorkamer, uitkijkend op de straat, staat onder meer een installatie die bestaat uit een stapeling van gekleurde keramiek en piepschuim platen in diverse kleuren. Over dit kleurenspel is een spit, waar rode en gele paprika’s en een courgette aanhangen. De brandplekken op de gekleurde platen en een overblijvend uitgebrand kampvuurtje daarbovenop, wijzen erop dat de brand letterlijk als een lopend vuurtje op verschillende plekken heeft plaats gevonden. Toch heeft de hitte geen vat gehad op de groentes die erboven zweven.

In dezelfde ruimte als de kleurrijke installatie van Eidner zijn de haast onzichtbare lithografieën van Arnold Wittenberg te zien. De kwaliteit van de werken is te vergelijken met die van de ruimte. In de vrij kleine witte voorkamer, wordt je aandacht door de ramen naar buiten getrokken. De slordig ingelijste werken van Wittenberg, lijken op het eerste gezicht vellen grof wit papier achter glas in een wit kader. De alerte kijker ziet echter dat de rechter helft van elk vel bedrukt is met een structuur van takken. Na wat speurwerk valt er wellicht een landschap te ontdekken. Daarbij sta je als bezoeker jezelf soms behoorlijk in de weg. Door de verlichting werpt je eigen lichaam een prominente schaduw op het werk, waardoor de minuscule weergave aan het zicht onttrokken wordt. De positie die je inneemt voor het werk blijkt cruciaal.

Wanneer je verder loopt naar de volgende ruimte, passeer je eerst een klein binnenplaatsje overdekt met een glazen dak. Hier is op de donkergrijze tegelvloer een zwart hoogglanzend bassin geplaatst. Dit is het werk van Tom Hallet. De langwerpige bak, die aan één kant halfrond is, is tot de rand gevuld met water. De oppervlaktespanning van het water draagt een dunne film stof, dat door het heldere daglicht duidelijk zichtbaar wordt. Tevens is in de reflectie van het zwart, de hemel en het weer te zien. Door de serene sfeer en de diagonale plaatsing van het object op de grond, doet het denken aan een zeer kleine doodskist of sarcofaag. Het vloeibare water lijkt te refereren aan de oneindige mogelijkheden. Aan de muur hangt een wit op zwart geprinte theatrale tekst in een net zo glimmende lijst. Een dialoog vol keuzes en optionele scenario’s die aan de toeschouwer lijkt te worden voorgesteld over dood en macht. Verschillende manieren waarop persoon A persoon B zou kunnen vermoorden, en wat persoon B vervolgens zou doen. “What would you do if I would crush your skull with one of these rocks?”

Links achter in de hoek van de volgende ruimte vind je een t-shirt en handschoenen gemaakt van schuurpapier. Deze kleding, gemaakt door Laura van Biervliet, ziet er gedragen uit en is waarschijnlijk gebruikt om oppervlakten te schuren. Het werk suggereert het resultaat te zijn van handelingen waarbij de kunstenaar de relatie van het lichaam tot haar omgeving schurend blootlegt. Waar Yves Klein in performances lichamen besmeerd met verf en afdrukken liet maken, lijkt dit werk door het wegkrabben een spoor achter te laten. De uiteindelijke sporen zijn te zien op de nu fragiele beschermende tweede huid van het kledingstuk.

Als je de trap oploopt een smal gangetje doorgaat, waar de weg lastig wordt gemaakt door twee grote houten balken, kom je bij twee kamers. De werken gaan allebei over kleur, maar de kamers ademen een hele verschillende sfeer. Links, een witte box waar een mist hangt, en rechts, een ruimte die met veel hout en een schuin dak aandoet als een zolder. In deze stoffige donkere kamer vind je een installatie van Polien Boons die schittert en lonkt als vloeibaar goud. Het lijkt alsof je overspoeld wordt door het deinende goudkleurige folie, dat door een ventilator in beweging wordt gehouden. De elegante ladder naast deze oogverblindende zee, nodigt uit om hoger te gaan staan en misschien wel een duik te nemen in een hypnotiserend bad. De door mist gevulde ruimte links van de lange smalle gang, is een video-installatie van Jerome Daly. Proppen gekleurd papier, een man met een masker, een stem die kleuren opnoemt, het werk analyseert kleuren in meerdere beelden. Maar het heeft ook een vervreemdende werking doordat de kleur in beeld en de genoemde kleur niet synchroon lopen.

De tentoonstelling is een zoektocht door de verschillende ruimtes, iedere ruimte brengt een andere sfeer in samenspel met de werken. Het zoeken wordt benadrukt door werken die bijna onvindbaar zijn wanneer er niet specifiek op gewezen wordt, of doordat een andere bezoeker er toevallig voor staat. Het werk van Evelien Mattheij is haast onzichtbaar. Dit subtiele werk bevraagt de architectuur van het gebouw maar ook de kunst zelf. Het werk werd voor mij pas zichtbaar nadat een andere persoon zeer geïntrigeerd van zeer dichtbij naar een lege muur stond te kijken. Pas toen deze persoon verder liep, bleek het een langzaam draaiende spijker te zijn. Een bewegende spijker, de spijker die normaal gesproken de constructie vast houdt, is nu een minutieus vraagteken. De draaiende spijker bevindt zich tussen conventionele kunst aan de muur en een installatie. Aan een bewegende spijker kun je immers geen schilderij ophangen.